|
|
Welkom op Financieel Net, rubriek 28 februari 2005 WETGEVING OP DE INSCHRIJVING VAN DE VOERTUIGEN GEWIJZIGD
A. KONINKLIJK BESLUIT VAN 20 JULI 2001 BETREFFENDE DE INSCHRIJVING VAN VOERTUIGEN.
1. Het ambachtsregister werd afgeschaft en de Kruispuntbank van Ondernemingen werd opgericht.
''De personen die in België verblijven schrijven de voertuigen die zij wensen in het verkeer te brengen in in het repertorium van de voertuigen bedoeld in artikel 6, zelfs indien deze voertuigen reeds in het buitenland zijn ingeschreven.
Het verblijf in België houdt in dat deze personen voldoen aan één van de volgende voorwaarden :
a) ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente;
b) ingeschreven zijn in de Belgische Kruispuntbank van Ondernemingen als rechtspersoon;
c) als rechtspersoon opgericht zijn door of krachtens het internationaal of buitenlands recht en beschikken over een vaste verblijfplaats in België waar het voertuig beheerd of gebruikt wordt.''
(art. 3,§1)
2. UITZONDERINGEN:
De inschrijving in België van voertuigen die in het buitenland zijn ingeschreven is niet verplicht :
indien deze door een buitenlands professioneel dienstverlenend bedrijf voor hoogstens 6 maanden, niet hernieuwbaar, verhuurd worden aan een persoon bedoeld zoals hierboven omschreven. Het huurcontract op naam van diegene die het voertuig in het verkeer brengt dient zich aan boord van het voertuig te bevinden, ondertekend en gedateerd. (art. 3,§2.1°) indien het gebruikt wordt door een natuurlijke persoon gebruikt in de uitoefening van zijn beroep en in bijkomende orde voor privé-doeleinden, en dat door een buitenlandse werkgever aan deze persoon waarmee hij verbonden is door een arbeidsovereenkomst wordt ter beschikking gesteld;een attest afgeleverd door het bestuur dat de BTW onder haar bevoegdheid heeft, dient zich in dat geval aan boord van het voertuig te bevinden; de gedetailleerde voorwaarden voor het gebruik van dit voertuig worden bepaald door de Minister van Financiën. (art. 3,§2.2°) voor de aanhangwagens die voor hoogstens zes maand in het verkeer worden gebracht. (art. 3,§2.5°)
3. Met het oog op de identificatie van het voertuig in het internationaal verkeer dient de bestuurder het kentekenbewijs of deel I van een tweedelig kentekenbewijs, aan boord van zijn voertuig te hebben, telkens dit laatste deelneemt aan het verkeer. (art. 4, §1, laatste lid)
4. Door de oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen, die systematisch een uniek ondernemingsnummer toekent, niet enkel aan alle rechtspersonen maar ook aan alle natuurlijke personen ingeschreven als handelsonderneming, werden enkele aanpassingen doorgevoerd in de artikelen 8, 9 en 26.9°. De verwijzingen naar het BTW-nummer en het inschrijvingsnummer in een Belgisch handelsregister of ambachtsregister werden opgeheven en desgevallend vervangen door het ondernemingsnummer. (art. 8.5°, 8.6°, 9.5° en 26.9°)
5. Indien zowel de eigenaar als de gebruiker het voertuig wensen in te schrijven, mag enkel de eigenaar optreden als aanvrager. Als die eigenaar een rechtspersoon is van een andere lidstaat van de Europese Unie, kan hij een kentekenbewijs vragen op zijn naam, met evenwel het adres van de gebruiker van het voertuig in België. De volledige identiteit van de gebruiker zal aangeduid worden in het vakje gereserveerd voor inlichtingen op de aanvraag tot inschrijving. (art. 10, tweede lid)
6. Wanneer bij een tweedelig kentekenbewijs deel II ontbreekt, kan het voertuig enkel nog worden ingeschreven nadat de bevoegde autoriteiten van de lid-Staat van de Europese Unie waarin het voertuig voordien was ingeschreven per briefwisseling of via elektronische weg bevestigd hebben dat dit voertuig opnieuw in een andere lidstaat mag worden ingeschreven. (art. 13, laatste lid)
7. De aflevering van een kentekenbewijs in de vorm van een chipkaart wordt mogelijk gemaakt. De Minister bepaalt wanneer en onder welke voorwaarden dit dient te gebeuren. (art. 16, §6)
8. Er wordt nu uitdrukkelijk bepaald dat het kentekenbewijs dient overhandigd te worden aan elke bevoegde persoon die erom verzoekt. Vroeger was dit enkel voorzien voor buitenlandse kentekenbewijzen. (art. 17, §2)
9. De toekenning van de A-kentekenplaten wordt uitgebreid met : ''de hoogste gezagdragers van de erkende confessionele erediensten alsook aan die van de Centrale Raad der Niet-Confessionele Levensbeschouwelijke Gemeenschappen van België, aan Voorzitters van het Directiecomité van de federale overheidsdiensten en de federale programmatorische overheidsdiensten, aan de Directeurs van het algemeen beleid en aan de Directeurs van de beleidscel.'' (art. 20, §2.2°)
10. Vroeger werd een te ruime definitie gehanteerd voor het begrip 'voertuig' waardoor juridisch gezien ook motorfietsen dienden uitgerust te zijn met een reproductie van de kentekenplaat vooraan. Dit werd nu rechtgezet met volgende tekst : ''Aan de voorzijde van een motorvoertuig bedoeld in artikel 1, 6°, a) van dit besluit, wordt in het midden of links daarvan een reproductie van de kentekenplaat bevestigd.'' (het art. 1.6°.a) verwijst naar het K.B. van 15 maart 1968, technisch reglement voor auto's en aanhangwagens, waardoor de brom- en motorfietsen uitgesloten worden). (art. 30, eerste lid)
11. Bij verlies van het kentekenbewijs of de kentekenplaat ontvangt de aangever een attest van aangifte van de politie. De aangever hecht op zijn beurt dit attest onmiddellijk aan zijn aanvraag tot herinschrijving, tot het verkrijgen van een duplicaat van kentekenbewijs of kentekenplaat of tot het bekomen van de schrapping van het inschrijvingsnummer van zijn kentekenplaat. Nieuw is dat deze aanvraag binnen de vijftien dagen moet ingediend worden. (art. 32, §1, vierde lid)
12. Kentekenplaten die geschrapt zijn of waarvan misbruik wordt gemaakt ten opzichte van de gebruiksvoorwaarden worden bij vaststelling door een bevoegd persoon in beslag genomen. (art. 36, eerste lid)
De wijzigingen treden in werking op 28 februari 2005, uitgezonderd de volgende punten :
- 3 en 6 : inwerkingtreding 1 juni 2004 - 10 : inwerkingtreding 1 oktober 2001
Wettelijke basis : K.B. 23-02-2005 - B.S. 28-02-2005
B. MINISTERIEEL BESLUIT VAN 23 JULI 2001 BETREFFENDE DE INSCHRIJVING VAN VOERTUIGEN.
Hoofdstuk 2 (Het kentekenbewijs) wordt integraal vervangen door een nieuwe tekst i.v.m. het uitzicht van en de vermeldingen op het kentekenbewijs.
De wijzigingen aan dit M.B. beogen voornamelijk een gelijkschakeling met de Europese Richtlijnen inzake kentekenbewijzen van motorvoertuigen.
Deze wijziging treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 juni 2004.
Wettelijke basis : M.B. 28-12-2004 - B.S. 28-02-2005
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Terug naar Financieel Net
 
|